Een kloppende titel voor de bezinnende verhalen over het nut van platteland die ik 20 november hoorde van Cees Veerman (oud-minister van Landbouw), Albert Kamp (theoloog) en Jan Huygen (boer-filosoof). Maar wat hadden de twee boeren ons eigenlijk te vertellen?
Het waren diep gewortelde verhalen over het landleven. Zij raakten de ‘ondergrond’ van plattelandsontwikkeling in Nederland. Ze zien het platteland in Europa ‘in transformatie’ en zo’n periode is meestal wat chaotisch. Om daarin dan richting te vinden, daalden zij af naar hun dieperliggende waarden. Een stap die vele lezers –maar natuurlijk elk op eigen wijze- vandaag ook maken. En zij schuwden niet hun persoonlijke overtuigingen te benoemen. Ze waren op zoek naar een nieuwe ‘agri-cultuur’ die zijn spoor zoekt door bewustwording van waarden, via verbinding tussen stad en land, langs een veelheid aan hedendaagse stedelijke behoeften. En, het land kan daar aan voldoen, als je het land tenminste ‘multi-functioneel’ wilt gaan gebruiken.
Zo’n omslag in gebruik van het land vraagt nogal wat van boer of boerin. Het begint met loslaten van oude patronen. Het vraagt de moed van een open mind, een open hart en de wil om ermee aan de slag te gaan. Om hier iets van henzelf te laten zien hadden beide boeren af en toe religieuze woorden nodig: omkeren, bekeren, geloofsaandacht. Hoe kunnen we deze motiverende kracht vandaag weer vorm geven? Waar komen ‘zorg’ en ‘ruimte’ en ‘inspiratie’ weer bijeen? Daarbij helpen ‘oases van rust’, ‘vrijplaatsen’, ‘spiegelplekken’, aldus Jan Huijgen. Waar Jan vanuit zijn plek begint te denken aan een hedendaags klooster, filosofeert Cees Veerman eerst over de grotere trends. Hij noemt er twee: verhuizing en vervreemding. Je gelooft je oren niet. Ze gaan weer luisteren naar de zachte krachten. En plattelandsbeleid moet daartoe ruimte bieden. Verder lezen? Klik hier voor het artikel in pdf.